God houdt uw ‘ja’ omsloten Onderzoek naar de invloed van God als persoon op de huwelijksdynamiek, met het oog op huwelijkspastoraat. Samenvatting: Voorheen als gemeentepastor en nu als geestelijk verzorger in de GGZ ben ik betrokken bij gelovigen met huwelijksproblemen. In de literatuuur over huwelijkspastoraat kwam ik veel tegen over hoe huwelijken behoren te zijn, of op grond waarvan echtscheiding gerechtvaarigd zou zijn, maar ik kwam nauwelijks iets tegen over hoe je als pastor met huwelijksproblemen kunt omgaan.
1e: In welke termen is huwelijksdynamiek te beschrijven? 2e: Op welke manier kun je spreken over de aanwezigheid van God in de huwelijksdynamiek? 3e: Hoe komt - pastoraalpsychologisch gesproken - God als persoon in een huwelijk aanwezig? 4e: Wat valt er te zeggen over huwelijksdynamiek, als God daarbij als persoon betrokken is? 5e: Wat zijn implicaties voor het huwelijkspastoraat? 1e: In welke termen is huwelijksdynamiek te beschrijven? Onder huwelijksdynamiek is de invloed te verstaan, die echtgenoten op elkaar hebben. De huwelijksdynamiek is op verschillende manieren te beschrijven: Watzlawick, Beavin en Jackson(1976) vestigen de aandacht op de voortdurende stroom van communicatie tussen partners: men kan niet niet communiceren. In die communicatiestroom, die zowel analoog als digitaal verloopt, zijn partners voortdurend bezig elkaar een plaats en een functie toe te kennen. Partners kunnen niet anders dan op elkaar reageren, hetzij nevenschikkend, hetzij onderschikkend. Watzlawick bevraagt de relatie op relatiedefinitie, op ingesleten patronen, op onderschikking en nevenschikking, op dubbele boodschappen. Willi (1983) beschrijft de huwelijksdynamiek vanuit een dieptepsychologisch perspectief. Huwelijkspartners nemen beiden hun eigen innerlijke conflicten mee in het huwelijk. Sterker nog: veelal wordt de huwelijkskeuze bepaald door de eigen (onbewuste) sterke en zwakke kanten. De eigen zwakke kanten worden gedelegeerd naar de partner en vervolgens gemeden of bekritiseerd. Met de eigen sterke kanten domineert men de partner en verwerft diens bewondering én afgunst. Als bijvoorbeeld een man behoefte heeft aan moederlijke zorg, past een moederende vrouw als een sleutel in het slot. Dit ideale ‘huwelijkscontract’ kan echter verworden tot een gevangenis voor beiden, als de man op eigen benen wil staan of als de vrouw het moederen moe geworden is: de een zal de ander terugdwingen in de positie die hij of zij zelf nodig heeft: ‘zo zijn we niet getrouwd’. Wat jarenlang goed ging kan opeens een heftige strijd worden. De ene probeert de oude rol af te leggen, maar de ander doet er alles om de rollen bij het oude te laten. een verborgen want onbewust samenspel – collusie – met een desastreuze huwelijksdynamiek. Een derde is nodig om deze verstrengelde omgang met elkaar te ontknopen. In navolging van Murray Bowen benadert Friedman (1985) de huwelijks¬dynamiek vanuit de families van herkomst:’Family proces’. Hij ziet een huwelijk als het snijvlak van twee familiecirkels. Beide partners nemen hun onopgeloste emotionele familieconflicten mee het huwelijk in. Om de ontstane huwelijksdynamiek in kaart te brengen zijn alle relaties terug te brengen tot de basisvorm van de driehoek: man – vrouw - een derde persoon. Hoe meer belangrijke anderen er zijn, des te meer driehoeken worden er gevormd, die elkaar onderling beïnvloeden: ‘interlocking triangles’. Problematisch kan het worden, als een echtpaar niet in staat of bereid is met de eigen spanningen en frustraties om te gaan. Dan kan er een emotionele driehoek ontstaan: "The basic law of emotional triangle is that when any two parts of a system become uncomfortable with one another, they will "triangle in" or focus upon a third person, or issue, as a way of stabilising their own relationship with one another" (Friedman, 1985, p.35). De spanning tussen partners wordt wel tijdelijk verlicht, maar het probleem wordt niet opgelost. Partners kunnen op verschillende manieren een derde persoon ‘trianguleren’:
Vandaar dat huwelijksproblematiek jarenlang kan bestaan: veel goedbedoelende helpers worden emotioneel in het conflict betrokken en daarmee ‘kaltgestellt’: ze zijn partij geworden en daarmee voor de ‘tegenpartij’ als bemiddelaars onaanvaardbaar. Wie bij getroebleerde huwelijken wil helpen, moet
Van Heusden & Van den Eerenbeemt, (1983) vestigen de aandacht op de ‘invisible loyalties’, zoals Ivan Boszormenyi Nagy die heeft geformuleerd. Echtgenoten worden in hun doen en laten mede bepaald door hun loyaliteit aan hun voorgeslacht. Zorg – of het gebrek daaraan – vraagt om erkenning en vergelding. Allereerst aan de ouders zelf, zolang zij nog in leven zijn. Daarna ook in de eigen levensstijl en in de opvoeding van het nageslacht. Elk mens doet iets met de erfenis die hij/zij van de ouders meekrijgt. Soms blijkt die erfenis een bagage van onschatbare waarde. Soms werkt die erfenis als een molensteen om iemands nek. Hoe dan ook, die erfenis neem je mee het huwelijk in: duizenden onzichtbare draden (‘invisible loyalties` zoals Nagy ze noemt) die een mens met zijn voor- en nageslacht verbinden en het huwelijk ondersteunen of ontwrichten. 2e: Op welke manier kun je spreken over de aanwezigheid van God in de huwelijksdynamiek? Deze vier benaderingen belichten de huwelijksdynamiek vanuit het innerlijk conflict (Willi), de communicatie tussen de partners (Watzlawick), het echtpaar te midden van hun omgeving (Friedman) en het echtpaar als schakel in de keten van de geslachten (Nagy). Is het nu mogelijk om de persoonlijke relatie tussen de beide partners en God met deze benaderingen te beschrijven? Wat kunnen menswetenschappen zeggen over de invloed van God als persoon op de huwelijksdynamiek? Het is evident dat God en wat Hij doet geen voorwerp van wetenschappelijk onderzoek kan zijn. Het valt echter wel te onderzoeken wat het geloof in God met mensen doet en welke effecten er door echtparen ervaren worden. Over God wordt dan niet vanuit een theologisch, maar vanuit een pastoraal-psychologisch kader gesproken. Jongsma-Tieleman (1996) maakt duidelijk dat het begrip ‘transitional object’ bruikbaar is om de psychologische dynamiek in de relatie met God te verhelderen. De term ‘transitional object’ komt van Winnicott. Bij kinderen had Winnicott gezien dat niet alle fantasie voortkomt uit angst en dat niet alle verbeelding afweer is tegen de harde werkelijkheid, zoals Freud dat omschreven had. Kinderen kunnen aan bepaalde voorwerpen, zoals een teddybeer, een emotionele betekenis geven. Teddy is dan niet slechts een speelgoedbeer, maar Teddy geeft troost en nabijheid. Teddy luistert naar alle verhalen van het kind. Winnicott noemde de bijzondere Teddy’s van kinderen 'transitional objects', "omdat zij het kind helpen de overgang te maken vanuit de magische wereld van omnipotentie¬fantasieën naar het accepteren van de wereld, die men niet onder controle heeft.”(Jongsma-Tieleman, 1996). De Teddybeer is iemand. Het transitionele object geeft het kind werkelijk emotionele warmte, geruststelling of troost; het geeft het kind iets, wat het op dat moment van de ouders niet krijgen kan. Zo vertegenwoordigt Teddy de ouders op het moment dat ze er niet zijn voor het kind. Het transitional object vertegenwoordigt de `potential space`: de sfeer waarin de dingen er nu nog niet zijn, maar wel kunnen komen. Zo kan een kind hoop hebben, die doet leven. Omdat de ouders dit spel van de Teddybeer meespelen, ondersteunen ze de verbeelding van kind: het is niet louter fantasie, de hoop van het kind is gerechtvaardigd. Het kind onderhoudt dus een persoonlijke relatie met het transitional object en dit object verwijst naar de realiteit van de ouders. Als de relatie kind-ouders verandert, verandert de ‘persoon’ en de functie van het object mee, tot de tijd dat het kind volwassen geworden is en de bemiddeling van de Teddybeer niet meer nodig heeft: een volwassen mens kan de eigen beperkingen en de frustraties van het leven aan. In ontwikkelingspsychologisch opzicht is de relatie tussen God en een mens te vergelijken met transitional objects. Voor een kind is God – net als de Teddybeer – allereerst iets van de externe wereld. Het kind fantaseert God niet, maar krijgt het geloof in God van de ouders, van de traditie aangereikt. Tegelijkertijd hoort God bij de interne wereld van het kind. In het begin staat het godsbeeld voor een groot deel op teddybeer¬niveau: God is en geeft alles wat de ouders op dat moment niet kunnen zijn of geven. Maar gaandeweg krijgen God en godsdienst een eigen waarde en betekenis, los van de ouders. In het ideale geval groeit het godsbeeld mee in de persoonlijkheids¬ontwikkeling en treedt er een reality testing op naar drie kanten:
De pastor kan dus de aanwezigheid van God als persoon in de huwelijksdynamiek in kaart kunnen brengen op de manier van een transitional object. Het gaat dan niet theologisch om de vraag wat God in dit huwelijk doet, maar pastoraal-psychologisch om de vraag wat God, zoals Hij door de traditie present gesteld wordt, voor ieder van deze partners persoonlijk betekent in hun huwelijk. Al blijft God dezelfde, de manier waarop Hij door mensen gezien en geloofd wordt, verandert wel en hangt samen met hun psychologische conditie en ontwikkeling. 3e: Hoe komt God als persoon aanwezig? Butler en Harper (1994) gaan nader in op hoe God als persoon aanwezig komt. Volgens hen bouwen mensen van jongs af aan hun eigen realiteit door selectieve perceptie. ‘Early in life, humans develop perceptual filters that are used both to filter and to interpret information.’(Butler & Harper; p.227) Op deze manier worden ‘belief systems’ ontworpen waardoor aan het leven betekenis gegeven wordt. Deze geloofssystemen werken als een soort computersoftware: ze bestaan niet in de concrete werke¬lijk¬heid, maar ze regelen die concrete werkelijkheid wel. Voor veel religieuze echtparen blijft het echter niet bij een abstract ‘belief system’; hun geloof in God stempelt dermate de dagelijkse gang van zaken, dat Hij als persoon aanwezig komt: deze twee zijn door deze Derde met elkaar verbonden. God is niet slechts als geloofswaarheid aanwezig, maar als realiteit en neemt als Persoon deel aan het dagelijks leven van het echtpaar en hun gezin. Dat gebeurt op verschillende manieren: Allereerst door hun taal. De manier waarop er over God gesproken wordt, is de manier waarop Hij aanwezig komt, bijvoorbeeld als degene aan wie dit huwelijk toebehoort, als degene in wiens dienst man en vrouw willen staan. De manier waarop in de taal van het echtpaar de dagelijkse gebeurtenissen in verband gebracht worden met God is de manier waarop Gods invloed wordt ervaren. Vervolgens door rituelen. Dat begint bij de huwelijks¬ceremonie: daar wordt God uitdrukkelijk als derde partij bij het echtpaar betrokken. Die relatie wordt tot aanzijn geroepen en versterkt door de dagelijkse gebeden en door de informele dialogen die deze mensen met God hebben. Bijbellezen, zingen van psalmen en geestelijke liederen onderhouden het contact met God en hebben een regulerende invloed op de manier waarop de partners met elkaar omgaan. Op deze manier behoort God tot ‘the inner circle’ van het echtpaar. Dan zijn er de verhalen over hoe God tot nu toe betrokken is geweest bij dit huwelijk. Als partners steeds weer verhalen hoe God deze twee bij elkaar heeft gebracht en hoe Hij hen voor elkaar bewaard heeft, dan wordt daarmee de rol van God als schepper en onderhouder van dit huwelijk in stand gehouden. Zelfs als de historische waarde van deze verhalen aan het slijten is, blijft hun symbolische waarde als metaforen van de relatie van God met dit echtpaar. 4e: Wat valt er te zeggen over huwelijksdynamiek, als God daarbij als persoon betrokken is? Als God als derde persoon bij een huwelijk aanwezig is, ontstaat er een driehoeksrelatie. Butler en Harper (1994) beschrijven de mogelijkheid dat ook God als derde persoon getrianguleerd kan worden. Volgens hen hangt de mate waarin dat gebeurt mede af van de mate waarin beide partners gedifferentieerd zijn. Als partners voldoende gedifferentieerd zijn, zullen ze proberen hun probleem in hun eigen relatie op te lossen. Zijn ze dat niet of niet voldoende, dan zal de spanning in de relatie makkelijk geprojecteerd worden op de derde persoon, die in hun huwelijksboot meevaart: God. En het geloof, dat hen juist moest helpen het huwelijk gezond te houden, kan nu onderdeel worden van de huwelijksproblematiek. God is immers niet hoorbaar of tastbaar aanwezig. Hij kan zich niet als een mens tegen een dergelijke triangulatie verzetten. Hij is aanwezig op de manier zoals ieder van de partners over Hem spreekt, tot Hem bidt, over Hem leest en zingt en verhalen over Hem vertelt. De manier waarop God aanwezig komt is afhankelijk van het perceptueel kader van de echtgenoten: door hen zelf gefilterd en door hun zelf geïnterpreteerd. Dit kan leiden tot een van de volgende driehoeken: Coalitiedriehoeken: God wordt in het eigen kamp getrokken en uit zijn neutrale positie verdreven. De partners staan dan tegenover elkaar en weten zich niet meer gezamenlijke verantwoordelijk voor de partnerrelatie. De energie wordt niet meer besteed om de problemen op te lossen, maar om God aan de eigen kant te krijgen. In die strijd is niets meer heilig: bijbelteksten, preken, dromen en visioenen worden ‘in stelling gebracht’ om aan de ander te laten zien, dat God partij voor hem/haar gekozen heeft. ‘Displacement’ driehoeken: God wordt hier tot gemeenschappelijke vijand: Hij had hen nooit samen moeten brengen. Op deze manier wordt het huwelijk gestabiliseerd in een pseudo-harmonie. Vervangingsdriehoeken: God neemt die functie over waarin de partner verstek laat gaan, bijvoorbeeld intimiteit. Het huwelijk blijft in stand, maar de partners kunnen niet intiem worden met elkaar. Als men van God krijgt wat men zoekt, heeft men de partner voor die dingen niet nodig en waarom zou men dan nog investeren in de huwelijksrelatie? Op vergelijk¬bare manier kan ook ‘Gods Koninkrijk’ of de kerk als substituut functioneren, bijvoorbeeld als kring van intimiteit. Een vrouw vertelde dat haar huwelijk totaal in handen van God lag. Zij kon er verder niks meer aan veranderen. Haar man vertelde met enige trots, dat hij al een paar maanden geen ruzie meer met zijn vrouw had gehad. Iedere keer als het spannend werd ging hij naar buiten, naar een rustige plaats om daar te bidden. Als hij dan terug kwam was alles ‘over en klaar’. Dat maakte de vrouw juist weer woe¬dend, omdat zij buiten de oplossingen gehouden werd. Man én vrouw hadden elk de verantwoordelijk¬heid voor hun huwelijk bij God gelegd. Hij werd het substituut voor hun macht en wil. Butler, Brandt & Bird (1998) laten zien hoe de persoonlijke relatie met God ook positief op de huwelijksdynamiek kan inwerken. Van de verschillende manieren waarop gelovige echtparen God als derde kunnen laten deelnemen in hun relatie, onderzoeken zij het gebed middels een kwalitatief onderzoek. Wat is nu het effect van het gebed op de huwelijks¬dynamiek? Ook hier gaat het niet om de theologische vraag, wat God doet, maar om de pastoraal-psychologisch vraag wat deze relatie met God psychologisch in de huwelijksdynamiek uitwerkt. De respondenten aan dit onderzoek beschreven het gebedscontact met God als close en persoonlijk. Voor hen is God iemand die de echtgenoten persoonlijk en tezamen kent en met elk apart en gezamenlijk een persoonlijke relatie onderhoudt. God werd als derde partij in de relatie gezien, die door het gebed ingeroepen kon worden. “Prayer gives heavenly Father the opportunity to work in our lives. We invite Him. We open ourselves up to His power and His influence.’ (Butler, Gardner, Bird; 1998) Door het geregelde gebed ontstaat er volgens sommige respondenten een voortdurend bewustzijn van de aanwezigheid van God: ‘When you start having bad feelings in conflict the Spirit helps you to remember the commitment you have made.(…)You know it kind of tempers your spirit’(Butler, Gardner, Bird; 1998). Ruzie maken en kwaad blijven op iemand voor wie je bidt, vond men heel moeilijk. Het gebed gaf vaak de ervaring door God gehoord en begrepen te zijn en dat kalmeerde de emoties. Zo kwam er ruimte om het conflict op te lossen. Als eenmaal de emoties gekalmeerd waren, konden de meeste echtgenoten meer aandacht schenken aan de relatie als geheel, in plaats van alleen aan de eigen verongelijkte gevoelens. Door het gebed was het soms mogelijk om het conflict en het huwelijk vanuit een ander perspectief te zien: “When I pray about the situation, I again would often look at … how Heavenly Father, if He were in my situation, [would] handle it. So I think its puts me on a higher level.” (Butler, Gardner, Bird; 1998). Van daaruit komt er ook aandacht voor de noodzaak om zelf te veranderen. Zo komt er aandacht voor de eigen verant¬woorde¬lijkheid. De manier waarop God invloed heeft op de relatie en op het relatieconflict wordt beleefd als een ‘step-by-step’ coaching. Door het gebed ontdekt men de volgende stap die men in de relatie nemen moet. De schrijvers plaatsen deze resultaten in het theoretisch framework van Butler & Harper (zie boven): in een genezende driehoek is God als derde partij op beiden betrokken, emotioneel neutraal en roept de partners op verantwoordelijk te zijn voor hun eigen aandeel in de relatie. Doordat partners een persoonlijke relatie met God beleven, worden hun eigen gevoelens gematigd, voelt men zich begrepen door God en aangezet om op een nieuwe manier naar partner en relatie te kijken. Dit levert een nieuwe neutraliteit op, om niet alleen naar het eigen belang te kijken, maar ook naar het belang en de situatie van de partner. Dit komt overeen met het effect van nederigheid, dat respondenten meldden als gevolg van het gebed. De neutrale kijk op het eigen conflict wordt nog versterkt door in het gebed het perspectief van God mee te laten tellen. Men weet zich door God aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid. God wordt niet ervaren als degene die de huwelijksproblemen oplost, maar als Degene, die de partners aan het werk zet. Niet altijd brengt het gebed ‘de oplossing’. Ook gebeden kunnen gebruikt worden om God te betrekken in emotionele driehoek. Het hangt dus sterk van af van wie er bidt en hoe er gebeden wordt. Wel wordt met dit onderzoek duidelijk dat de relatie met God een positieve bijdrage kan leveren aan het omgaan met huwelijksconflicten. 5e: Wat zijn implicaties voor het huwelijkspastoraat? Pastoraat aan gehuwde mensen is nog geen huwelijkspastoraat. Bij huwelijkspastoraat gaat het om een systeem van mensen die elkaar wederzijds beïnvloeden, zoals acrobaten die elkaar op het slappe koord in evenwicht houden: gaat de een naar buiten dan moet de ander dat compenseren, anders vallen ze samen. De vraag of het huwelijk, de eer van God of het individuele welzijn de voorrang moet hebben creëert dan ook een valse tegenstelling. Juist in het huwelijk zijn die drie met elkaar verbonden en staan in voortdurende wisselwerking met elkaar. Huwelijkspastoraat geeft aandacht aan alle drie. Huwelijkspastoraat = systeempastoraat. Om niet in een getroebleerd huwelijkssysteem verstrikt te raken, heeft de pastor een ‘non-anxious presence’ nodig: voldoende betrokkenheid, om zich de moeiten in huwelijken aan te trekken; voldoende afstand om niet zelf de problemen op te willen lossen en verantwoordelijkheid van de partners over te nemen, bijvoorbeeld door adviezen (‘backseat driving’) of door ieder conflict proberen te voorkomen. Een goede persoonlijke differentiatie kan de pastor daarvoor niet missen: heeft hij zicht op zijn persoonlijke sterke en zwakke kanten? Is hij vatbaar voor emotionele triangulatie, voor overdracht en tegenoverdracht? Besteed hij voldoende zorg aan zijn eigen relatie met God? En aan zijn eigen huwelijk en gezin? Ook professioneel is goede differentiatie nodig: wat is de verantwoordelijkheid van de pastor, wat van de kerkenraad, wat van de gemeenteleden? Waar begint het werk van de pastor en wanneer houdt dat op? Intervisie of supervisie zijn nodig om het pastoraal functioneren te verhelderen en te verdiepen. Huwelijken gedragen zich als systemen en daarom moeten pastores ze ook systemen te behandelen. Wie een systeem wil veranderen zal de elementen moeten kennen én de onderlinge dynamiek. Een element buiten het eigen systeem kan heel anders reageren dan in dat systeem. In de spreekkamer van pastor of therapeut kunnen mensen heel anders reageren dan thuis. Pastoraat kan pas helpen als zowel de pastorant als zijn omgeving serieus genomen worden. Daarom zal de pastor een huwelijkssysteem eerst moeten exploreren, om te zien welke veranderingen nodig en mogelijk zijn. Bovengenoemde benaderingen kunnen hierbij helpen: hoe definiëren beiden hun relatie, hoe gaan ze met zwakke en sterke kanten om, welke problemen nemen ze mee uit hun gezin van herkomst en door welke loyaliteiten zijn ze gebonden? In dit alles speelt de relatie tot God voortdurend een rol. Juist de pastor dient die relatie te expliciteren, om te peilen welke invloed de aanwezigheid van God heeft op de huwelijksdynamiek. Die invloed kan, zoals gezegd zeer helpend, maar ook zeer belemmerd zijn. Dus ook de relatie met God exploreren: Wat voor relatie onderhouden de partners – samen en ieder persoonlijk - met God? Zien ze Hem als hun Schepper, hun Wetgever, hun Rechter, hun Vader, hun Hulp, hun Vriend? Hebben man en vrouw een zelfde relatie met de Here? Hoe menen zij dat God naar kijkt, nu zij moeiten kennen in hun huwelijk? Schamen zij zich voor God, is er schaamte, schuldgevoel of schuld? Alleen al dit exploreren kan bijzonder verhelderend en helpend werken: het herstelt en verbetert immers de communicatie tussen partners. Maar soms is meer nodig: In kaart brengen van schade, verzoenen van schuld, wegen inslaan naar vergeving en herstel van de relatie. Een andere kijk krijgen op het verleden, op God en op elkaar. Zoeken en oefenen in een nieuwe manier van leven. Juist in dit veranderend levensperspectief kan de pastor veel betekenen. Door adequate bijbelverhalen en bijbelwoorden kan hij eenzijdige denkbeelden over God en elkaar bijstellen. Waar God vooral als strenge Rechter werd gezien, kan de pastor over Hem spreken als liefdevolle Vader, die ook vergeeft. Waar God gezien werd als eeuwige Vriend die niet kwaad te krijgen was, kan de pastor spreken over de rechtvaardige God, die toornt over het kwaad dat mensen elkaar aandoen. Ook in het gebed kan de pastor met het echtpaar zoeken naar de helpende aanwezigheid van God. Het komt er dan zeer op aan op welke manier die Aanwezigheid gezocht wordt. Steeds zal de eigen verantwoordelijkheid van de echtgenoten aandacht moeten krijgen. De pastor kan met partners overleggen waarvoor te bidden: ‘wat zou je aan de Here willen vragen? Wat zou je graag willen dat de Here God nu voor zou doen?’ Voor over te gaan tot het gebed kan besproken worden of verhoring van dit gebed ook werkelijk tot meer vrede in het huwelijk zou leiden. Huwelijkspastoraat vraagt om een zeer specifieke en adequate bediening van het Woord. Daartoe is een helder zicht op de huwelijksdynamiek nodig, inclusief op de plaats en functie van (het geloof in) de Here God. Juist in zijn priesterlijke functie kan de pastor bruggenbouwer zijn: een brug naar een andere manier van omgaan met God en met elkaar. Op deze manier krijgen mijns inziens de woorden uit gezang Gezang 367 uit het Liedboek voor de kerken hun betekenis. “God houdt uw ja omsloten” is niet een magische formulering, waarmee de pastor elke huwelijkscrisis bij voorbaat bezweert. Het zijn woorden die oproepen om zich gelovig door God te laten gezeggen. De zegen van God werkt immers niet als een op zichzelf staande kracht, maar slechts in het vertrouwend serieus nemen van de wetten, beloften en daden van God. In het gehoorzamend luisteren naar Gods wetten en wijsheid, in het aanvaarden en uitdelen van zijn vergeving, in het ontvangen en doorgeven van zijn liefde wordt ook Gods omsluiten van een zwak-menselijk jawoord ontvangen. Summary: Much has been written about the ideal christian marriage, but little about pastoral care in case of troubled marriages. Although the personal loving relationship between God and man is known as the center of christian faith, little help is expected of Gods personal presence for troubled couples. How can the influence of Gods personal presence in christian marriages be described? Can this knowledge give directives for pastoral mariagge counseling? Traditional systems theory helps to describe the dynamics of (troubled) couples. The concept of the transitional object makes it possible to describe the influence of God experienced by spouses in a pastoral-psychological rather than a theological way: How God acts in a person's life still remains a mystery. Some spouses experience God as a Close Friend, others see Him as a severe Judge, still others as a wise, supporting Father. Sometimes this experienced presence of God stabilises the problems between partners, for instance if both hold God responsible for the failure of their marriage. Pastoral marriage counseling can invalidate hindering presences of God by introducing correcting biblical stories and words. The relationship with God then can mature, leaving humans responsible for their actions while connected to the transcendent, living with the promise of a world to come. For the pastor, an attitude of non-anxious presence is needed in order to avoid becoming entangled in the marital conflict. Key words: marriage, pastoral counseling, pastoral psychology, religion, family and systems theory, psychology of religion, personal faith. Literatuur: |
||
|